In een wereld van algoritmes en online bubbels verdwijnen de ruimtes voor echte gesprekken. Wat betekent dat voor onze waarden, cultuur en democratie? Hoe creëren we plekken waar je andersdenkenden ontmoet? En welke rol kun je daar als communicatieprofessional in spelen?
Ik ben opgegroeid in een horecazaak in de Achterhoek. Het café was een ontmoetingsplek waar verschillende soorten mensen elkaar tegenkwamen en openlijk met elkaar van mening konden verschillen: fabrieksarbeiders en artsen, accountants en vrachtwagenchauffeurs. Natuurlijk ging het er soms luidruchtig aan toe. En hoewel mijn grootvader zo af en toe iemand aan de kraag de kroeg uit moest zetten, sloegen mensen elkaar niet in elkaar als ze van mening verschilden. De volgende dag was het allemaal alweer vergeven en vergeten.
Tegenwoordig ontmoeten we niet zoveel mensen meer buiten onze bubbel. Via algoritmes schotelt de digitale wereld ons meningen voor die we vaak al kennen en waar we het mee eens zijn. Daardoor weten we niet meer zo goed hoe van mening verschillen werkt. Terwijl dat wel belangrijk is. Want het maakt ons duidelijk waar we voor staan, hoe we omgaan met onze waarden en hoe die betekenis krijgen in de praktijk. Verschillende perspectieven samen aan tafel vormen de essentie van samenleven.
Het belang van tussenruimten
Plekken waar gesprekken tussen andersdenkenden kunnen plaatsvinden zijn belangrijk. Ruimtes waar mensen elkaar aankijken, zich tot elkaar moeten verhouden en niet snel kunnen wegklikken als het even ongemakkelijk wordt. Zoals het café van mijn grootouders, maar ook scholen, universiteiten, muziekfestivals en andere culturele locaties.
Filosoof Hannah Arendt beschrijft dit type publieke plekken ook wel als in-betweens, oftewel tussenruimten. Het ‘tussen’ staat voor de wereld die mensen met elkaar delen en die hen tegelijkertijd van elkaar scheidt. Wat deze plekken gemeen hebben, is dat ze fungeren als brug tussen de beschermde privésfeer van thuis en het algemene openbare leven. Je ontmoet er mensen die je anders misschien niet ontmoet.
Online cancelcultuur
Maar deze gemeenschappelijke tussenruimten worden steeds meer verdrongen door online bubbels waarin snelheid en bevestiging van het eigen gelijk domineren. Dit gaat vaak ten koste van creativiteit en pluriformiteit, merkt ook Casper Tielrooij. Hij is directeur van Dekmantel, een platform dat optredens en festivals voor elektronische muziek organiseert. ‘Alles gaat steeds meer op elkaar lijken. Iets wat afwijkt, is al snel lastig of kost geld.’
Daarnaast heeft de muziekindustrie te maken met een cultuur waarin mensen online worden geboycot en gecanceld. ‘Veel twintigers zijn snel en handig in het maken van content voor verschillende kanalen en socials. Die vaardigheden hebben we nodig, maar die online aanwezigheid draagt ook bij aan een cancelcultuur. Als we een dj hebben geboekt uit een gebied waar veel geopolitieke spanningen zijn, leidt dat online al snel tot ingewikkelde gesprekken. Terwijl muziek van oudsher wordt gevormd en gevoed door protest en in essentie regelmatig politiek is. We kunnen individuele artiesten niet verantwoordelijk maken voor een heel regime. De artistieke vrijheid staat dus echt onder druk.’
‘Online zijn omgangsvormen verruwd. De dialoog raakt uit zicht’
Het is niet voor niets dat de Raad voor Cultuur in haar rapport Maken (z)onder druk stelt dat artistieke vrijheid wettelijk verankerd moet worden. Als organisatie kunnen we het eigenlijk niet goed doen. Want ook als we wel stelling innemen of bijvoorbeeld een fundraising organiseren, leidt dat tot verhitte discussies. Dat gaat niet zachtzinnig: online zijn de omgangsvormen verruwd en voor bepaalde dj’s worden soms semiprofessionele campagnes opgezet om ze te cancelen. De dialoog raakt steeds meer uit zicht. We zijn ons daarom meer offline aan het verbinden met onze community. Daar besteed ik veel aandacht aan, door bijvoorbeeld vaker kleinschalige events te organiseren gericht op ontmoetingen.’
Vrije meningsvorming
De verruwing van het debat en het wegvallen van ruimte voor verschil raken aan een fundamenteel vraagstuk: hoe vrij zijn we nog om uiteenlopende opvattingen naast elkaar te laten bestaan? Het begrip pluraliteit loopt als een rode draad door het werk van Hannah Arendt. In haar bekendste werk, The origins of totalitarianism uit 1952, laat ze zien dat het gevaar van totalitarisme is dat het mensen samenperst tot een uniforme, ijzeren band. Daardoor worden onderlinge verschillen uitgewist en blijft er ogenschijnlijk nog maar één type mens over.
Autocratische regimes willen publieke uitwisseling van verschillende visies en ideeën uitroeien en uniformiseren. Daarmee tasten ze niet alleen een gevoel van medemenselijkheid aan, maar ook de vrije toegang tot informatie. Want die vrije toegang tot informatie heeft effect op hoe mensen zelf hun mening vormen. In de bekroonde documentaire The librarians (tip!) is een indringend portret te zien van bibliothecarissen in de Verenigde Staten die opkomen voor het recht om te lezen. De strijd voor kennis en democratie vindt in de VS ook in bibliotheken plaats, waar de canon is versmald onder invloed van conservatieve krachten. In sommige bibliotheken in de VS zijn George Orwells 1984 en Anne Franks Het achterhuis al verdwenen.
Ook heeft Trump Carla Hayden ontslagen, de directeur van ’s werelds grootste bibliotheek Library of Congress, omdat ze volgens hem ‘niet voldeed aan de behoeften van het volk’ en boeken opnam die ‘ongepast waren voor kinderen’. Tegelijkertijd zijn er talloze ambtenaren ontslagen die zich bezighouden met diversiteit, inclusie en gelijke kansen (DEI) en mogen bepaalde woorden niet meer worden gebruikt. Hiermee herschrijft de Trump-regering de geschiedenis.
‘Ook in Nederland is de druk op vrije meningsvorming voelbaar’
Wie denkt dat dit een Amerikaans fenomeen is, heeft het mis. Ook dichter bij huis is de druk op pluraliteit en vrije meningsvorming voelbaar in de wereld van literatuur en kennis. Kinderboekenauteur Pim Lammers trok zich in 2023 terug uit de Kinderboekenweek na een lastercampagne van het conservatief-katholieke genootschap Civitas Christiana, en uit onderzoek blijkt dat een op de zeven schrijvers te maken heeft met agressie of intimidatie.
Zodra auteurs rekening moeten houden met mogelijke repercussies, komt de vrijheid van meningsuiting onder druk te staan. Daarvan is Lennart de Jong, hoofd communicatie van de KB/Nationale Bibliotheek, zich heel bewust. Zijn organisatie maakt momenteel een beweging van een kennisinstituut voor wetenschappers naar een nationale bibliotheek voor iedereen. De archieffunctie is daarbij cruciaal: alles wat over en door Nederland wordt gepubliceerd, wordt opgeslagen. Dat gebeurt vanuit de overtuiging dat kennis breed toegankelijk moet blijven, zodat mensen zelf hun mening kunnen vormen. Want ook in Nederland zien we steeds meer de effecten van desinformatie.
‘Ik vind het belangrijk om als maatschappelijke organisatie in te spelen op wat er in de buitenwereld gebeurt’, aldus de Jong. ‘Communicatieprofessionals bevinden zich van nature aan de rand van organisaties en spelen een belangrijke rol in hoe je als organisatie omgaat met ontwikkelingen in de maatschappij. Daarvoor moet je je voelsprieten uit hebben staan en je kunnen verplaatsen in je doelgroep. Tegenwoordig gaat het al snel niet meer over de inhoud, maar over meningen die bepalen wie er wint en wie verliest. Terwijl de werkelijkheid vele malen complexer en genuanceerder is. Dat blijkt wel uit de gigantische collectie aan kennis die is verzameld in KB/Nationale Bibliotheek. De vraag aan ons is: hoe kunnen we aan de hand van onze collectie in gesprek met de maatschappij? We werken momenteel aan een publieksprogrammering waarin we actief in dialoog gaan met al onze bezoekers: van kinderen die voor het eerst een spreekbeurt houden tot computerwetenschappers.’
Luisteren en vragen
Het feit dat de wereld wordt bewoond door veel verschillende mensen met uiteenlopende perspectieven, is een uitgangspunt in Hannah Arendts werk. Haar belangrijkste oproep is om die perspectieven uit te wisselen: ga met elkaar om tafel. Alleen door tevoorschijn te komen als mens, kunnen we de wereld medemenselijker maken. Dat vraagt om een reflectieve houding. Niet gestuurd vanuit alwetende leraren of leiders die zeggen: zo zit het. Maar: ‘Hebben we hier al naar gekeken?’ en ‘Wat vertelt dit ons over onze wereld?’ Op die manier worden we uitgenodigd om te handelen in de wereld doordat we ons er samen druk om maken.
Dit noemt Hannah Arendt ook wel sensus communis. Dat betekent letterlijk ‘gemeenschappelijk zintuig’ en verwijst naar handelen vanuit gezond verstand. Deze manier van denken is essentieel voor communicatieprofessionals, want betekenisvolle communicatie begint bij luisteren en het durven stellen van de juiste vragen. Pas daarna ga je communiceren in middelen en producten. ‘Luisteren is een onderschatte competentie’, zegt Marike van Woerkom, manager communicatie van de Wageningen University & Research (WUR). ‘En nadat je goed geluisterd hebt, moet je ook die moeilijke of spannende vraag stellen. Want een ingewikkelde vraag is een kans om iets goeds uit te leggen. Soms zie ik dat met name vrouwen te snel dienstbaar zijn of gevoelig om niet aardig gevonden te worden. Terwijl het bieden van gefundeerde tegenspraak communicatie uiteindelijk beter maakt voor alle partijen, want het zorgt voor betere afwegingen.’
Samen doormodderen
Van Woerkom raakt hiermee aan een concrete uitdaging voor communicatieprofessionals: hoe organiseren we luisteren, vragen stellen en het goede gesprek voeren in de dagelijkse dynamiek van onze organisaties? In een organisatie gebeuren immers veel verschillende zaken tegelijk. Beleid wordt gemaakt en uitgevoerd. Er ontstaan issues. We worden verrast door een beslissing van buitenaf. We moeten plannen uitvoeren die gekoppeld zijn aan onze organisatiedoelstellingen, maar tegelijkertijd wendbaar blijven en inspelen op crises en kansen.
Dat vraagt erom dat je voortdurend met elkaar in gesprek bent. Wat zie jij, wat zie ik en hoe gaan we handelen? The science of muddling through, noemt politicoloog en bestuurskundige Charles Lindblom dat: samen doormodderen. Dat stap voor stap, al doende tot besluiten komen, is noodzakelijk in een wereld die steeds complexer wordt. Geopolitieke spanningen, online bubbels, fakenieuws en complexe belangenafwegingen vragen om het juiste gesprek aan de juiste tafel. Grote techbedrijven ondermijnen onze democratie. Bepalen wie welke informatie als eerste te zien krijgt. Eenzijdig en moeilijk te controleren.
Dit gebeurt steeds vaker via AI-modellen die het niet zo nauw nemen met ethiek. Hoe organiseren we als communicatieprofessionals meer vertrouwen in een omgeving die steeds meer wantrouwen produceert? Want hoe minder ruimte we maken voor echte gesprekken met echte mensen, hoe minder we weten wat er daadwerkelijk gebeurt. Ga dus vaker live in gesprek. Ontmoet andersdenkenden. Wees meer fysiek aanwezig. En zet je zintuigen aan. Want medemenselijkheid wordt gevormd door mensen.
——
Over de ateur
Janine Harbers werkt als trainer en adviseur op het snijvlak van communicatie en openbaar bestuur met als specialisme morele oordeelsvorming. Met haar communicatiebureau traint ze bestuurders, organisaties en communicatieprofessionals en deelt ze haar kennis over ethiek, communicatie en openbaar bestuur in workshops en artikelen.
——
Dit artikel verscheen eerder in C – het communicatiemagazine van Nederland



