Sommige zinnen blijven hangen, soms decennialang. In de serie Iconische Oneliners duikt emeritus hoogleraar bestuurskunde Ernst ten Heuvelhof in historische toespraken. Hoe zijn ze tot stand gekomen? Wat hebben ze teweeggebracht? En wat kunnen we leren van woorden die geschiedenis schreven? Deze keer: Ich bin ein Berliner van John F. Kennedy.
John F. Kennedy bezocht op 26 juni 1963 West-Berlijn als president van de Verenigde Staten. West-Berlijn was toen een westerse enclave, omringd door oostelijke vijanden. Kennedy was onzeker over hoe hij er ontvangen zou worden, want hij wist dat de West-Duitsers teleurgesteld waren over zijn wat plichtmatig protest tegen de bouw van de Berlijnse Muur in 1961.
Het bezoek was bovendien beladen omdat het Rusland van Chroesjtsjov het gemakkelijk als een provocatie zou kunnen opvatten, zo midden in de Koude Oorlog. En om het nog ingewikkelder te maken: Kennedy had gezien hoe de Franse president Charles de Gaulle eerder de harten van de West-Duitsers had gestolen met een toespraak in vloeiend Duits – en daar wilde hij niet voor onderdoen. Maar pogingen om ook hem een paar Duitse woorden in zijn toespraak te laten zeggen, waren tevergeefs. Zijn uitspraak was en bleef daarvoor te slecht.
Zijn adviseurs en tekstschrijver hadden hem voorgesteld zich niet te sterk te profileren en vooral niet te polariseren. Tijdens de rijtoer door West-Berlijn zat hij dan ook met een wat vlakke toespraak in zijn hand. Tot zijn verrassing zag hij overal grote en dolenthousiaste menigten. Logisch dat hij de behoefte voelde om daar warm op te reageren, ook al moest dat op het allerlaatste moment worden geregeld. Pas toen ze de trap naar het raadhuis opliepen – vanwaar hij zijn toespraak zou houden – zou Kennedy zijn tolk hebben gevraagd ‘I am a Berliner’ in het Duits te vertalen.
De zin was eerder, nog in Washington, al geopperd door zijn tekstschrijver Ted Sorensen, maar toch weer uit de tekst geschrapt. Kennedy oefende de zin nog wat in het kantoor van burgemeester Willy Brandt, met in zijn hand het velletje waarop hij de fonetisch gespelde woorden zelf had opgeschreven: Ish bin ein Bearleener. Dit velletje was lange tijd te bewonderen in het Museum The Kennedys in Berlijn.
Met die woorden raakte hij de harten van de ruim 120.000 Berlijners in zijn gehoor. Het publiek reageerde uitgelaten. En de rest is geschiedenis.




