Woorden zijn niet neutraal: ze roepen beelden op en sturen betekenis. Communicatieprofessionals die dat negeren, communiceren onbewust vanuit aannames die ze zelf niet zien. Levi Remijnse is gepromoveerd op onderzoek naar framing. Hij legt uit waarom framing onvermijdelijk is en wat je ermee kunt.

Framing is een natuurlijk onderdeel van taal. Woorden roepen beelden op (frames) en die vormen de gekleurde lens waardoor we de wereld waarnemen. Levi Remijnse illustreert dat met een bekend voorbeeld: 9/11.
‘Direct nadat vliegtuigen de Twin Towers invlogen, beschreven we die gebeurtenissen heel feitelijk: twee vliegtuigen, twee torens, New York. Inmiddels hebben veel mensen genoeg aan de cijfercombinatie 9/11 om die gebeurtenis op te roepen in ons collectieve geheugen. De frames die onze woorden oproepen zijn cultureel verankerd. Ze bouwen een narratief rondom waar we over spreken.’
Hoe werkt framing in de praktijk?
‘Framing gebeurt altijd, bewust en onbewust. Denk aan het woord aanslag. Dat is een term waarachter een heel verhaal schuilgaat: daders, slachtoffers, geweld, opzet en strijd. In onze maatschappij gebeurt dat vaak vanuit een westerse blik. De dader noemen we bijvoorbeeld een terrorist. Voor iemand die met de dader sympathiseert, zal die term de lading niet dekken. Ook al ziet deze persoon hetzelfde gebeuren. Die zal misschien het woord vrijheidsstrijder gebruiken. Zo ontstaan twee verschillende narratieven bij dezelfde gebeurtenis.’
Remijnse wijst ook op subtielere vormen van framing. ‘Neem het woord klimaatverandering: het narratief dat daaraan is verbonden heeft inmiddels zoveel lading gekregen dat sprekers het in discussies over aanverwante onderwerpen soms liever ontwijken.’
Zit framing alleen in woordkeuze?
‘Nee, ook de manier waarop je zinnen bouwt heeft een framingeffect. Een collega onderzocht teksten over femicide. Daaruit bleek dat vaak de zin werd gebruikt dat “een vrouw is vermoord” — meestal zonder “door haar mannelijke partner”. De handelende persoon wordt weggelaten.’
Dat contrast wordt zichtbaar als je het vergelijkt met hoe over rellen wordt geschreven. ‘Daar wordt de handelende groep juist wél genoemd: “De relschoppers zijn opgepakt door de politie.” Kennelijk schuiven we in het publieke debat de rol van de politie bij rellen naar voren, en de rol van de partner bij femicide naar achteren.’
Wat betekent dit voor communicatieprofessionals?
‘De vraag is niet óf je framing gebruikt, maar welke aannames en perspectieven je met je woorden activeert.’
‘Zelfs op het oog neutrale communicatie bevat framing. Framevrije communicatie bestaat niet. Juist omdat framing vaak onbewust werkt, is het belangrijk om te bedenken: wat zet ik op de voorgrond? Wat laat ik weg? En wat veronderstel ik dat mijn publiek al weet? Als je daarvan bewust bent, communiceer je effectiever en zorgvuldiger.’
——
Over Levi Remijnse
Levi Remijnse is gepromoveerd op onderzoek naar framing. Hij werkt als beleidsadviseur bij de Taalunie.
——
Dit artikel maakt deel uit van de serie Taal van nu, die eerder verscheen in C — het communicatiemagazine van Nederland . De serie bekijkt de veranderende rol van taal vanuit vijf domeinen: inclusiviteit, framing, begrijpelijkheid, emoji en Engels.



