Zoeken
Inloggen
Vorige pagina
Gedragsbeïnvloeding
Overheidscommunicatie & publieke dialoog
Strategische communicatie

Bruggen bouwen tussen wij en zij

Jaap Backx
Bruggen bouwen tussen wij en zij

Wanneer angst en identiteit het debat bepalen, kunnen lokale vraagstukken uitlopen op gepolariseerde discussies. In dit artikel reconstrueren we aan de hand van de discussie over de wolf hoe je mensen de ruimte geeft om uit hun loopgraaf te stappen. En vooral: welke rol communicatieprofessionals spelen om een dialoog op gang te krijgen.

Het is november 2023. In een motel in Drenthe komt een bont gezelschap samen: een wandelaar, een schaapsherder, een campinghouder, een ruiter, een vrouw die in het buitengebied woont en het hoofd van een basisschool waarvan de kinderen door het bos fietsen. Recent zijn er wolven gesignaleerd, wat tot onrust in het dorp leidt. Iedereen weet van elkaar wie voor of tegen is en dat maakt de sfeer gespannen.

Sommige mensen komen in duo’s binnen. Een enorme vent zit naast een tengere vrouw. ‘Wij zijn fel tegen’, zegt ze. ‘Maar ik vind het eng om me uit te spreken, dus heb ik mijn buurman meegenomen.’ De polarisatie loopt met hen mee de zaal in. De grote vraag voor vanavond: lukt het deze mensen om ondanks hun enorme meningsverschillen toch naar elkaar te luisteren?

Van paradijs naar hel

Frithjof de Haan leidde de bijeenkomst in het motel. De oprichter van de Maatschap van Communicatie is gespecialiseerd in vraagstukken waarbij mensen lijnrecht tegenover elkaar staan. Hij begeleidde gesprekken over de grote grazers in de Oostvaardersplassen, en modereerde overkokende bijeenkomsten over de komst van azc’s.

Van de Raad voor Dierenaangelegenheden – een onafhankelijk adviesorgaan dat de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur adviseert over diergerelateerde vraagstukken – krijgt zijn bureau in 2023 het verzoek om een nationale dialoog te begeleiden rondom een ander gepolariseerd onderwerp: de wolf in Nederland. Tijdens de bijeenkomst in verschillende dorpen wordt duidelijk hoe de komst van het dier mensen raakt. Een vrouw met een hondje durft het bos niet meer in. Een meisje slaapt niet meer uit angst dat haar pony wordt opgegeten. Een andere vrouw vertelt dat wolven ‘s avonds door haar tuin lopen. Ze weet precies wanneer ze eraan komen, want dan kruipen haar honden piepend onder de trap. ‘Ik woonde in het paradijs, nu in een hel’, vertelt ze. Maar er zijn ook mensen aanwezig die de wolf een verrijking voor onze natuur vinden.

‘Net als bij veel andere gepolariseerde vraagstukken ging de discussie vooral over angst en identiteit’, blikt De Haan terug. ‘Het is belangrijk om al die emoties serieus te nemen. Mensen moeten stoom kunnen afblazen. Ze proberen te overtuigen met logische argumenten heeft geen zin als het gevoel hoog zit. Je moet luisteren. We hebben meteen gezegd: we gaan het niet over oplossingen hebben. Eerst willen we begrijpen: wat betekent de komst van de wolf voor jullie leven? Zo’n gesprek begint altijd met een open, nieuwsgierige vraag. In dit geval luidde die: “(Hoe) kunnen we samenleven met wolven?” ‘Hoe’ stond bewust tussen haakjes, zodat mensen ook nee konden antwoorden.

‘Je zoekt niet naar dé oplossing, maar naar een first clumsy solution’

Van mens tot mens

Als lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden was Gerda van Dijk intensief betrokken bij de dialoog over de wolf. ‘Voordat je zo’n proces in Je zoekt niet naar dé oplossing, maar naar een first clumsy solution’ gaat, moet het duidelijk zijn met wat voor type vraagstuk je te maken hebt’, vertelt Van Dijk, die ook hoogleraar leiderschap en samenleving is aan de Universiteit voor Humanistiek. ‘Je kunt vraagstukken ruwweg onderverdelen in drie soorten: simpel, ingewikkeld en complex. Simpele vraagstukken hebben een duidelijk antwoord en vragen om directief, hiërarchisch leiderschap. Neem een brand die geblust moet worden. Bij ingewikkelde vraagstukken ken je het probleem, maar heb je veel expertise nodig voor de oplossing. Bijvoorbeeld een raket naar Mars lanceren. Ingewikkelde vraagstukken vragen om leiderschap waarin processen goed worden gemanaged. En dan zijn er de complexe vraagstukken: problemen met veel dilemma’s en botsende belangen. Je weet niet wat eigenlijk het probleem is en zeker niet wat de oplossing gaat zijn, en je hebt verschillende partijen nodig om stappen te zetten. Bovendien heb je geen hiërarchische relatie met die partijen, dus ben je afhankelijk van hun bereidheid mee te doen.’

Bij zulke complexe vraagstukken ligt er een cruciale rol voor communicatieprofessionals. ‘Hier komt soft power om de hoek kijken: het vermogen om te verbinden, te luisteren en gezamenlijke waarden te verkennen. Je zoekt niet naar dé oplossing, maar naar een first clumsy solution.’ Bij het werken aan zo’n first clumsy solution is het belangrijk om grote thema’s behapbaar te maken. ‘We hebben in de dialoog bewust de gesprekken tussen gewone mensen en belangenorganisaties uit elkaar gehaald’, zegt Van Dijk. ‘Organisaties hebben hun standpunt en oplossing al klaar, terwijl je juist alle geluiden en emoties wil ophalen.’ Om dat voor elkaar te krijgen, werkten ze aan profielen: welke mensen heb je nodig om alle perspectieven op tafel te krijgen? Ze kwamen uit op groepen van acht tot twaalf mensen die een persoonlijke uitnodiging kregen voor de dialoogsessies. Die waren op een neutrale locatie zonder toehoorders en alle uitspraken werden anoniem gehouden. Volgens De Haan werkt dat het best. ‘In een kleine, veilige setting ontstaan gesprekken van mens tot mens. Als iedereen voelt dat zijn stem telt, ontstaat er ruimte voor nuance. En mensen merken vaak dat anderen genuanceerder denken dan ze verwacht hadden.’

Groeiend wantrouwen

Veel Nederlanders maken zich zorgen over toenemende polarisatie. Hoewel onderzoek laat zien dat het over de hele linie wel meevalt (zie kader ‘Zijn we gepolariseerder dan vroeger?’), is de toon van debatten vaak wel verhard. ‘Ik heb zelf in de jaren 80 op gedemonstreerd tegen kernenergie’, zegt De Haan. ‘Dat debat was ook sterk gepolariseerd, maar het ging wel over de inhoud. Daarmee red je het niet meer. Het wantrouwen tegenover de overheid en andere instituties zit diep. Van oudsher fungeren burgemeesters als bruggenbouwers bij complexe vraagstukken in gemeenten. Ze waren onderdeel van het dorpsleven en konden gemoederen tot bedaren brengen. Die rol wordt steeds minder geaccepteerd.’

De problemen rondom gepolariseerde vraagstukken komen volgens De Haan mede doordat de frictie vaak op identiteitsniveau zit: wie zijn mensen en waar willen ze bij horen. ‘Dan wordt het snel ‘wij’ tegenover ‘zij’. Wij autochtone Nederlanders versus immigranten. Wij boeren versus natuurbeschermers. Bovendien zijn er altijd mensen die olie op het vuur gooien. Politici als Wilders of Trump weten precies hoe ze de dynamiek van ‘wij tegen zij’ moeten bespelen. ‘Toch is polarisatie op zich niet slecht’, vervolgt De Haan. ‘Want uit wrijving kunnen ook nieuwe inzichten voortkomen. Dat de ooit zo stille rechtervleugel in het land van zich laat horen, voelt voor veel mensen misschien ongemakkelijk, maar het geeft ook lucht. Het is alsof de deksel van de beerput eraf is. En met wat naar boven komt, kun je iets.’

De Haan benadrukt dat het belangrijk is om boze mensen een stem te geven in gepolariseerde discussies. ‘Maar je wilt tegelijk voorkomen dat hardliners de toon bepalen. Mensen met extreme uitspraken moeten niet het gevoel krijgen dat ze de massa vertegenwoordigen, want dan loopt het snel uit de hand. Als je die angel eruit kunt halen, wordt het niet: “Jan spreekt namens ons allemaal”, maar “Dat is Jan, en die is altijd een beetje extreem”.’

Van spanning naar dreiging

De extreme uitingen van mensen maakt De Haans rol als gespreksleider bij grotere bijeenkomsten soms heftig. ‘Mensen gooien er echt alles uit, er lijkt geen rem meer op te zitten. Spanning kan in seconden omslaan naar dreiging. Eerst wordt er gewezen, dan geschreeuwd.’ Het overkwam De Haan tijdens een bijeenkomst over de komst van een azc in een gemeente met meerdere kernen. ‘We hadden het proces zorgvuldig voorbereid en toch barstte de bom. Dat was zo’n avond dat ik blij was dat er een vluchtauto bij de nooduitgang stond. Toch is het mijn rol om dan, ondanks de spanning, rust te brengen. In het eerste kwartier moet je je plek verdienen. Mensen moeten weten: die man is onafhankelijk. Anders word ik letterlijk van het podium geslingerd. Om houvast te krijgen, maak ik minutieuze draaiboeken. Die precisie heb ik nodig om het later los te laten en rust uit te stralen.’

Dat laatste valt niet altijd mee. ‘Als je daar staat met een microfoon in je hand, en er komt een man van twee meter dreigend op je af, voel je de spanning door je lijf gieren. Gelukkig ben ik niet snel bang. Als kind van een vader met losse handjes ben ik onveilige situaties gewend. Ik voel het direct wanneer het misgaat, en hoe je je uit zo’n situatie kunt redden. Toch denk ik niet dat je een lastige jeugd gehad moet hebben om dit werk te kunnen doen. Wel moet je met onveiligheid kunnen omgaan. Uiteindelijk sta je daar in die zaal, dicht tussen de mensen en met alles wat er op dat moment leeft. Dat vraagt om iemand die communicatief verbindend is en sterk in zijn schoenen staat.’

Communicatie in emotionele arena

Communicatieprofessionals die aan gepolariseerde vraagstukken werken, krijgen veel over zich heen. ‘Binnen ons bureau praten we daar vaak over’, zegt De Haan. ‘Ik heb de leeftijd en ervaring om bewust voor zo’n groep te gaan staan, maar ik heb jongere collega’s met soms een jong gezin. Niet iedereen kan dat en niet iedereen wil dat. Om dit werk te kunnen doen, investeren we veel in persoonlijke ontwikkeling. Zelf heb ik opleidingen in systemisch werken en deep democracy gevolgd. Dat helpt me om patronen beter te herkennen en in gesprekken ruimte te maken voor minderheidsstemmen. Anderen uit ons team verdiepen zich in socratische gespreksvoering, om beter te leren luisteren, oordelen uit te stellen en denkwerelden te verbinden. Maar je leert het vooral door te doen, te struikelen en opnieuw te proberen.’

Ondanks de heftige ervaringen, gelooft De Haan bij schurende vraagstukken in de kracht van een brede, goed opgezette dialoog. ‘Als je op tijd begint en bestuurders bij overheden en bedrijven participatie en communicatie serieus nemen, leidt dat vaak tot hoopvolle resultaten. Soms wordt een conflict een gezamenlijk ontwerpproces en gaan mensen samen oplossingen bedenken in plaats van zich in te graven in een absoluut standpunt. Uiteindelijk draait het om verbinden, communiceren en mensen meenemen in veranderingen.’

‘Tijdens de gesprekken zag ik mensen hun loopgraven verlaten’

Harde meningen

Volgens Gerda van Dijk zegt het iets over onze samenleving dat we dialogen moeten organiseren om polarisatie tegen te gaan. ‘Mensen komen er niet meer zelf uit. Dat heeft te maken met individualisering, bubbels op social media en het denken in meningen. In talkshows zie je vooral harde meningen. Misschien spannend om naar te kijken, maar het zorgt ervoor dat ook gewone mensen zo gaan praten. Dat is het tegenovergestelde van een dialoog waarin je oprecht geïnteresseerd bent in de ander.’

De dialoogsessies over de wolf waren belangrijk voor het advies dat de Raad voor Dierenaangelegenheden in 2024 gaf aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. ‘Maar er zat inmiddels een andere minister met een andere politieke agenda, en het rapport is aan de kant geschoven. Dat is niet goed voor het vertrouwen van mensen die hebben meegewerkt, want hun problemen zijn niet opgelost. Terwijl je toch veel kunt doen, vooral in communicatie. In NoordAmerika zie je vaak bordjes met ‘You are in bear country’ en informatie over wat te doen als je een beer tegenkomt. Maar zo’n landelijke, herkenbare publiekscampagne ontbreekt hier.’

Van Dijk is huiverig om dialoogsessies zoals die rondom de wolf te presenteren als oplossing voor gepolariseerde discussies. ‘We zijn gewend om voor elk probleem een plan van aanpak te maken. Maar zodra je dialogen strak volgens een vast patroon gaat organiseren, organiseer je de kracht ervan weg. Uiteindelijk draait het om één ding: mensen oprecht met elkaar laten praten. Tijdens de gesprekken over de wolf zag ik dat deelnemers hun loopgraven verlieten en de ander zagen als een mens dat bang is of gewoon een fijn leven wil. Ze dachten: jij zit hier heel anders in, maar als ik in jouw schoenen zou staan, zou ik misschien hetzelfde voelen. Vaak staan we dichter bij elkaar dan we denken, en in een dialoog vindt de verandering plaats.’

Zijn we gepolariseerder dan vroeger?

Recente onderzoeken van de Universiteit Utrecht en de Wageningen University & Research (WUR) laten zien dat we de mate van polarisatie in de samenleving vaak overschatten. ‘Sommige onderwerpen raken binnen specifieke groepen zeker gepolariseerd, maar dat betekent niet dat de hele samenleving verder uit elkaar drijft’, zegt hoogleraar strategische communicatie Rens Vliegenthart van de WUR. ‘Wanneer we stoppen met het idee dat alles erger wordt, en in plaats daarvan preciezer kijken waar, waarom en wanneer polarisatie plaatsvindt, ontstaat een ander beeld. Dan gaat het over concrete vraagstukken, zoals de wolf of de komst van een azc, in plaats van een algemeen sentiment dat Nederland als geheel gepolariseerd zou zijn.

——
Dit artikel verscheen eerder in C – het communicatiemagazine van Nederland

Blijf op de hoogte

Ontvang onze nieuwsbrief met de laatste inzichten of evenementen.
Bepaal zelf wat je ontvangt.
Inschrijven

Inloggen of account aanmaken

Logeion heeft een nieuwe website – dit betekent ook een nieuwe manier van inloggen

Welkom op onze vernieuwde website!
Om voor het eerst in te loggen, vraag je eenvoudig een nieuw wachtwoord. Klik hieronder op ‘wachtwoord vergeten’.

Gebruik als gebruikersnaam het e-mailadres dat je bij het aanmaken van je account als privé-mailadres hebt opgegeven.

Loop je ergens tegenaan of heb je een vraag? We helpen je graag verder via info@logeion.nl.

Inloggen met je account

Wachtwoord vergeten?

Geen account

Als je nog geen account hebt, kun je er een maken. Na het registeren kom je hier weer terug.
Account aanmaken